De Oudshoornse kerk is één van de oudste gebouwen van de gemeente Alphen aan den Rijn, en zeker het mooiste. De Ambachtsheer van Oudshoorn, Cornelis de Vlaming wonende in Amsterdam, vroeg en kreeg in 1661 toestemming van de Staten van Holland en West‑Friesland om het dorp kerkelijk af te scheiden van Alphen en een eigen kerkgebouw te stichten.

 

De 42.000 gulden kostende kerk met school, pastorie en kosterswoning werd voor het merendeel door de ambachtsheer zelf gefinancierd. Daartoe had De Vlaming zich verzekerd van een netwerk van weldoeners, die hun namen en wapens vereeuwigd zouden zien in de zeventien gebrandschilderde glazen in de kerk. De bevolking van de heerlijkheid 'Outshoorn ende Gnephoek' moest van het totale bedrag 15.000 gulden betalen, te voldoen in vijf termijnen.

De kerk zou het nieuwe middelpunt van de Oudshoornse gemeenschap worden en de motor van economische ontwikkeling. De ambachtsheer had visie en liet de kerk in een nog leeg gebied langs de rivier bouwen. Daarmee verlegde hij op den duur het centrum van Oudshoorn in de Ridderbuurt naar de oevers van de Oude Rijn. Als gevolg daarvan kon Oudshoorn zich ontplooien.

Als bouwmeester werd Daniël Stalpaert aangetrokken en de eerste steen werd gelegd in 1663. Na ruim twee jaar, op 12 oktober 1665, werd het kerkgebouw, dat een opmerkelijke verwantschap met de later gebouwde Amsterdamse Oosterkerk vertoont, in gebruik genomen. Dominee Gerardus Haeck was de eerste vaste predikant. De grondvorm van de kerk is een Grieks kruis, overdekt door twee schilddaken met een achtkantig torentje. Het kleurrijke interieur met zijn gebrandschilderde glazen zorgt voor een uniek schouwspel. De huidige luidklok is van 1835.

 

De eerste restauratie van de Oudshoornse Kerk vond plaats in 1855. Van 1979 tot 1983 werd de kerk opnieuw gerestaureerd, waarmee ruim zes miljoen gulden gemoeid was. Hiervan werd anderhalf miljoen gulden door de ruim 1.000 gemeenteleden bijeengebracht. H.K.H. Juliana verrichtte op 18 maart 1983 de feestelijke openingshandeling. Alle inspanningen waren niet voor niets geweest. De 'parel' aan de Oude Rijn is een door de Vriendenkring van de Oudshoornse kerk en de kerkvoogdij goed bewaard monument dat geen indamming verdient door hoge omliggende gebouwen.

De kerk is niet alleen fraai van dichtbij, maar ook op afstand. Het gebouw hoort bij het landschap. Het boegbeeld van Oudshoorn, onze trots, is nu ook 's avonds verlicht, zodat we volop en hopelijk niet alleen vanaf de Rijn van haar schoonheid kunnen genieten.

 

Zoeken